Onderwerp:

Reorganisatie

Reorganisatie vanwege bedrijfseconomische of bedrijfsorganisatorische omstandigheden is de meest voorkomende reden voor ontslag.

Voorbeelden van ontslag om bedrijfseconomische reden, zijn:

  • een slechte, of slechter wordende financiële situatie van het bedrijf;
  • structurele werkvermindering;
  • organisatorische en/of technologische veranderingen, zoals automatisering;
  • (gedeeltelijke) bedrijfsbeëindiging (outsourcing);
  • een bedrijfsverhuizing;
  • vervallen van een loonkostensubsidie.

Wanneer ontslag om bedrijfseconomische redenen?

Een ontslag om bedrijfseconomische redenen kan slechts worden verleend indien er voor de werkgever geen andere redelijke mogelijkheden zijn om het totaal aantal vaste arbeidsplaatsen in de onderneming in stand te laten. Een ontslag op deze grond kan plaatsvinden via een vaststellingsovereenkomst of – indien partijen er samen niet uitkomen – via een procedure bij het UWV.

Handleiding UWV
externe link: handleiding UWV (klik op afbeelding)

Het UWV beoordeelt in de procedure volgens een toetsingskader of er bedrijfseconomische omstandigheden zijn die leiden tot het vervallen van arbeidsplaatsen. De werkgever moet dan aannemelijk maken dat:

  1. er structureel (dat wil zeggen: bezien over een periode van ten minste 26 weken) arbeidsplaatsen vervallen door (volledige) bedrijfsbeëindiging of door maatregelen die om bedrijfseconomische redenen nodig zijn voor een doelmatige bedrijfsvoering;
  2. de juiste volgorde voor ontslag is toegepast (afspiegelingsbeginsel);
  3. er geen mogelijkheden zijn om de werknemer(s) binnen een redelijke termijn (al dan niet met scholing) te herplaatsen in een andere passende functie binnen de onderneming of groep.

Het is aan de werkgever om deze zaken te onderbouwen en aannemelijk te maken richting het UWV. De werknemer kan daarop verweer voeren. Ook moet er acht op worden geslagen dat de werkgever eerst afscheid dient te nemen van diens flexibele schil (oproepcontracten, uitzendmedewerkers etc) en contracten voor bepaalde tijd niet verlengt, voordat toegekomen kan worden aan ontslag van werknemers met een vast dienstverband.

Afspiegelingsbeginsel

Anders dan bij ontslag vanwege persoonlijke omstandigheden bij de werknemer, is een ontslag op bedrijfseconomische gronden ‘zonder aanziens des persoons’. Oftewel: de werkgever heeft geen vrije keuze bij het bepalen wie nu wel en wie nu niet moet vertrekken. Vroeger kende het Nederlandse ontslagsysteem het LiFo-systeem (Last in – First out). Dit systeem bestaat nog deels, maar er is een extra onderdeel aan toegevoegd en dat is de classificering naar leeftijd.

Hoe werkt dat afspiegelen?

Bij het afspiegelen moet grof gezegd rekening gehouden worden met 3 dingen:

  1. De functie (waaronder begrepen: de onderling uitwisselbare functies)
  2. De leeftijdsgroep
  3. Datum indiensttreding

Met betrekking tot de functie heeft te gelden dat wordt afgespiegeld per functie(groep). Daarbij worden functies die onderling uitwisselbaar zijn bij elkaar genomen. Onderling uitwisselbaar houdt vereenvoudigd weergegeven in dat personen met functie A en personen met functie B elkaars werk kunnen doen.

Voor de onderverdeling in leeftijdsgroepen geldt dat er 5 leeftijdsgroepen zijn: 15 – 24, 25-34, 35-44, 45-54, 55 en ouder.

De datum indiensttreding lijkt voor zich te spreken, maar in sommige gevallen dienen daarbij ook voorfases te worden meegenomen (bv eerst inlenen via een uitzendbureau en later in dienst treden).

Vervolgens worden de werknemers geplaatst in een tabel. De kolommen zijn daarbij de leeftijdscategorieën en per rij vindt een sortering plaats ter zake van de datum indiensttreding (en ‘oud’ naar ‘jong’). Vervolgens wordt in verhouding van de leeftijdsopbouw volgens het principe Last in – First out gekomen tot een selectie van werknemers.

Herplaatsing

Een ontslagvergunning zal voorts slechts worden verleend wanneer de werkgever aannemelijk heeft gemaakt dat er geen mogelijkheden zijn om de werknemer(s) binnen een redelijke termijn (al dan niet met behulp van scholing) te herplaatsen in een andere passende functie binnen de onderneming of groep. De redelijke herplaatsingstermijn gaat lopen vanaf het moment dat het UWV toestemming heeft gegeven voor het ontslag.

De redelijke herplaatsingstermijn is volgens het UWV:
Tot 5 jaren in dienst: 1 maand
5 tot 10 jaren in dienst: 2 maanden
10 tot 15 jaren in dienst: 3 maanden
15 jaren en langer in dienst: 4 maanden
Werknemer met arbeidshandicap: altijd 26 weken
AOW-gerechtigde: altijd 1 maand