Onderwerp:

Loonvordering

Loon is de tegenprestatie van het verrichten van arbeid. Op grond van de wet en/of de CAO dient maandelijks of per 4 weken het loon te worden uitbetaald. Daarbij geldt dat het loon uiterlijk op de laatste dag van de periode dient te zijn betaald.

Indien het loon niet tijdig is betaald, is de werkgever automatisch in gebreke en wordt deze vanaf de 4e dag naast het loon ook de wettelijke verhoging verschuldigd, naast de wettelijke rente. De wettelijke verhoging kan oplopen tot 50%.

Voorbeeld: uiterlijk op 31 maart had het loon betaald dienen te zijn. Vanaf de 4e dag dient de werkgever over het achterstallige loon de wettelijke verhoging te voldoen. Dit gaat steeds in stappen van 2%. Na 25 dagen is de boete maximaal (50%). Deze boete kan in rechte worden gematigd, afhankelijk van de reden van de non-betaling.

Loonvorderingsprocedure

Loonvorderingen worden ingediend bij de Kantonrechter. De Kantonrechter is in de meeste arbeidsgeschillen de bevoegde rechter. Loonvorderingen verjaren na 5 jaar, maar meestal wacht een werknemer echter niet zo lang met het opeisen van het achterstallig loon.

Het merendeel van de loonvorderingen wordt ingesteld via een kort geding. Een kort geding (ook genoemd: voorlopige voorziening) verloopt sneller dan een bodemprocedure (de ‘normale’ procedure). Voor een kort geding dient de werknemer een spoedeisend belang te hebben. Bij loonvorderingen wordt dit spoedeisend belang over het algemeen aanwezig geacht.

Er zijn ook loonvorderingen waarbij het spoedeisend belang niet of in veel mindere mate aanwezig is. Dit soort loonvorderingsprocedures worden meestal in een bodemprocedure aan de aandacht van de rechter gebracht. Voorbeelden van loonvorderingsprocedure zonder spoedeisend belang:

  • Er is een discussie over de toepasselijkheid van een CAO en daarmee verbonden minimale beloning
  • De werknemer is van mening dat er in de eindafrekening een fout is gemaakt